Auditcommissie

De auditcommissie (artikel 84 Gemeentewet) ondersteunt en adviseert de raad in zijn controlerende taak, vanuit financieel-technisch perspectief en apolitiek.

Samenstelling

De auditcommissie bestaat uit 3 leden die worden benoemd door de raad. Zowel raadsleden als commissieleden kunnen worden benoemd.  
De auditcommissie bestaat momenteel uit de raadsleden de heer G.J.M. Groot, de heer L.J.M. Schagen en de heer H.J. Vinke. De heer Groot is voorzitter van de commissie.
De griffier is secretaris en adviseert de commissie bij de uitvoering van haar taken.
Gesprekspartners/adviseurs van de auditcommissie zijn: de accountant, de portefeuillehouder Financiën, de gemeentesecretaris, de controller en een vertegenwoordiger van de rekenkamercommissie (in eerste instantie de voorzitter).

De auditcommissie komt ongeveer vijf keer per jaar bijeen en de vergaderingen zijn openbaar.

Taken

De auditcommissie adviseert de raad over de controle op de financiële huishouding (beheer en inrichting) van de gemeente Beemster en legt hierover verantwoording af aan de raad.
De beantwoording van de volgende twee vragen is een belangrijke bron van informatie voor het advies van de auditcommissie aan de raad.

  1. Is de financiële organisatie zodanig ingericht dat er een getrouwe (overeenkomstig de werkelijkheid) en rechtmatige (overeenkomstig wet- en regelgeving) verantwoording van de gemeentelijke uitgaven mogelijk is en ook tot stand komt? Aan de hand van de verklaring van de accountant, wel of niet goedkeurend, over het gevoerde financiële beleid kan de raad controleren of dit het geval is.
  2. Wordt de raad in voldoende mate in staat gesteld om bij te sturen op de begroting (het budgetrecht raad)? Een middel hiervoor zijn de bestuursrapportages.

Op vaste momenten in het jaar adviseert de auditcommissie de raad over de stukken die betrekking hebben op de controle van de financiële organisatie:

  • Het controleprotocol (najaar). Hierin worden de afspraken vastgelegd met de accountant over de controle van het boekjaar.
  • De bestuursrapportages (september en november). Deze rapportages informeren de raad over belangrijke afwijkingen van de begrotingsafspraken;
  • De jaarrekening (vast te stellen voor 15 juli van elk jaar), mede aan de hand van het accountantsrapport. De rekening geeft antwoord op de vraag of de begrotingsafspraken zijn nagekomen.

De auditcommissie let ook op de kwaliteit van de stukken met name van de jaarekening (programmarekening) en de bestuursrapportages en doet (zonodig) aanbevelingen ter verbetering van deze stukken.

Naast deze taken treedt de auditcommissie namens de raad op als opdrachtgeverschap voor de accountant en adviseert de raad over ontwikkelingen hierin.